ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4449
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake medische beoordeling vreemdeling
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van verweerder om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te weigeren, waarmee haar uitzetting niet werd opgeschort ondanks haar medische situatie.
De rechtbank overwoog dat de BMA-arts deskundig is in de beoordeling of reizen verantwoord is, en dat de reactie van de behandelaars op het BMA-advies niet aan de BMA-arts was voorgelegd. De rechtbank stelde dat dit alleen noodzakelijk is als er een verschil van inzicht bestaat over de ernst van de klachten, hetgeen hier niet het geval was.
Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat het BMA-advies onzorgvuldig was of dat er een medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan bij terugkeer. Ook de door haar aangevoerde jurisprudentie en omstandigheden konden het verzoek niet ondersteunen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen verschil van inzicht bestaat over de medische situatie van verzoekster.