ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9031
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende medische overdracht Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw met ernstige medische en psychische klachten, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees dit af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling kon krijgen op basis van medische noodsituaties of mensenrechten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat bij uitzetting aan de voorwaarde van fysieke overdracht aan een behandelaar in Iran zou worden voldaan. Hoewel verweerder stelde dat contact met behandelaars in Iran zou worden gelegd en uitzetting niet zou plaatsvinden als overdracht niet geregeld kon worden, ontbrak een beginselverklaring van de behandelende instelling.
De medische problematiek van eiseres, waaronder suïcidegevaar en noodzaak van continuering van behandeling, maakte het essentieel dat de overdracht gegarandeerd zou zijn. De rechtbank volgde jurisprudentie dat verweerder zich bij het besluit reeds moet vergewissen van de mogelijkheid van overdracht.
Verder verwierp de rechtbank de bezwaren van eiseres op grond van het EVRM en de hardheidsclausule, omdat de medische situatie niet voldeed aan de strenge criteria voor vrijstelling. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de fysieke overdracht van medische behandeling.