ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4532
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- G. van Zeben-de Vries
- G.J. Ebbeling
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling inlener voor onbetaalde loon- en omzetbelasting van uitlener
Eiser is als inlener aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelasting die de uitlener, een BV, verschuldigd was over de jaren 2003 en 2004. De BV was opgericht in 2001 en ontbonden in 2006. De naheffingsaanslagen werden opgelegd na boekenonderzoeken in 2003 en 2007.
Eiser stelde dat de aansprakelijkstelling prematuur was omdat de BV ten tijde van de beschikking nog niet in gebreke was, dat de aanslagen niet aan de juiste (rechts)persoon waren opgelegd en dat verweerder niet alle stukken had overgelegd. Ook voerde eiser aan dat de omkering van de bewijslast niet op haar van toepassing was en dat de toepassing van directe brutering onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen rechtsgeldig waren opgelegd aan de BV, ondanks dat deze was ontbonden, omdat geen baten bestonden die tot heropening van de vereffening leidden. De BV was terecht aangemerkt als belastingplichtige, en de aanslagen waren bekendgemaakt aan de vereffenaar. De omkering van de bewijslast kon niet aan eiser worden tegengeworpen, maar verweerder had de juistheid van de aanslagen voldoende aannemelijk gemaakt. De toepassing van directe brutering was volgens de rechtbank gerechtvaardigd.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voortvarend had gehandeld, de betalingen en uitwinningen correct waren afgeboekt en dat de aansprakelijkstelling niet in strijd was met het Europese recht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling wordt bevestigd.