ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Meeder
- D. Biever
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiser, een Turkse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken bij een vleeshandel. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat met de bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend. Verweerder baseerde zich daarbij op een advies van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Eiser betwistte dit en stelde onder meer dat het advies niet inzichtelijk was en dat het besluit in strijd was met het non-discriminatiebeginsel van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. Ook voerde hij aan dat hij ten onrechte niet op zijn bezwaren was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het toetsingskader correct had toegepast en dat het advies voldoende inzichtelijk was. Het standpunt dat eiser niet voldeed aan het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang werd bevestigd. Het beroep op het non-discriminatiebeginsel werd verworpen omdat het criterium geen nieuwe maatregel betreft. Wel werd geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure was geschonden, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.