ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag EU-onderdaan met rechtmatig verblijf
Verzoeker, een Letse EU-onderdaan, kwam in augustus 2011 Nederland binnen en diende een asielaanvraag in. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoeker rechtmatig verblijf had op grond van het unierecht en de asielprocedure niet van toepassing was. Verzoeker stelde dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard werd op een nodeloos formalistische grond, omdat hij na afloop van de drie maanden een nieuwe aanvraag kan indienen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker rechtmatig in Nederland verbleef gedurende de drie maanden na binnenkomst en dat het beroep daarom geen belang had. Er was geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te behandelen of een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening ongegrond.
De uitspraak sluit aan bij jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en benadrukt dat zolang rechtmatig verblijf voortduurt, een asielaanvraag niet leidt tot een verblijfsvergunning. Verzoeker kan na afloop van de termijn een nieuwe aanvraag indienen. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor de voorlopige voorziening, wel is hoger beroep mogelijk tegen de bodemuitspraak.
Uitkomst: Het beroep van de EU-onderdaan tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege rechtmatig verblijf.