ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5186
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bepaling hoofdverblijfplaats minderjarige na echtscheiding ouders met internationaal aspect
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een echtscheidingszaak waarbij de hoofdverblijfplaats van een minderjarige kind met ouders woonachtig in Nederland en de Verenigde Staten centraal stond. Na mediation en een kinderconvenant bleek de regeling niet in het belang van het kind, waarna een bijzondere curator werd benoemd. De curator concludeerde dat het kind niet veilig gehecht was en dat een hoofdverblijfplaats bij één ouder noodzakelijk was voor een stabiele opvoeding.
Beide ouders zijn in staat het kind goede zorg te bieden en hebben een sterke band met haar. De moeder woont in Nederland en werkt parttime, de vader woont in de Verenigde Staten en heeft financieel meer draagkracht. De vader heeft zich meer ingezet om het contact tussen het kind en de andere ouder te waarborgen, onder meer door reiskosten te betalen en skype-contact te faciliteren. De moeder had het kind zonder toestemming naar Nederland meegenomen, wat leidde tot een teruggeleidingsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdverblijfplaats bij de vader moet zijn, omdat hij het contact met de moeder beter kan waarborgen en het belang van het kind steeds voorop heeft gesteld. De vakanties zullen bij de moeder in Nederland plaatsvinden, waarbij de vader de reiskosten draagt. De rechtbank wees het verzoek van de moeder om kinderalimentatie af omdat de hoofdverblijfplaats niet bij haar wordt vastgesteld. De proceskosten worden door beide partijen gedragen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader in de Verenigde Staten vastgesteld met vakanties bij de moeder in Nederland.