ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en voorlopige voorziening wegens ontbreken nieuwe feiten of relevante wetswijziging
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in die door de minister werden afgewezen. De rechtbank verklaarde eerder beroep ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van noodzakelijke documenten. Na vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak werd alsnog geoordeeld dat verzoeker het onderzoek naar opvang in het land van herkomst had gefrustreerd.
In de onderhavige procedure werd het beroep tegen de afwijzing van 3 november 2011 behandeld. Verzoeker stelde primair dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam omdat geen medisch onderzoek was verricht voorafgaand aan het gehoor. Subsidiair voerde hij nieuwe feiten en veranderde omstandigheden aan, waaronder een verklaring van de Afghaanse ambassade, dreigbrieven van de Taliban en verslechterde veiligheidssituaties in Kandahar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze feiten niet nieuw of relevant waren omdat de identiteit al was vastgesteld, het relaas ongeloofwaardig bleef, en de dreigbrief niet verifieerbaar was. Ook was geen sprake van een relevante wetswijziging of uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.