ECLI:NL:RVS:2011:BR2021
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing asielaanvraag uit Afghanistan
De staatssecretaris van Justitie wees op 2 februari 2010 een asielaanvraag van een vreemdeling uit Kandahar, Afghanistan, af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister voor Immigratie en Asiel hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet zonder nader onderzoek en motivering was uitgegaan van de algemene ambtsberichten over de veiligheidssituatie in Afghanistan. Hoewel de situatie in Kandahar verslechterd was, was er onvoldoende bewijs dat de mate van willekeurig geweld zodanig was dat een burger louter door aanwezigheid een reëel risico liep op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de richtlijn 2004/83/EG.
Verder stelde de Raad vast dat de staatssecretaris terecht geen categoriaal beschermingsbeleid voerde voor asielzoekers uit Afghanistan, mede omdat omliggende landen geen dergelijk beleid volgen. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.