ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7215
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsdocument wegens vermoeden schijnhuwelijk in vreemdelingenrecht
Eiser, gehuwd met een Poolse vrouw die economisch actief is in Nederland, verzocht om een document dat zijn rechtmatig verblijf als familielid van een EU-burger bevestigt. Verweerder weigerde dit document op grond van het vermoeden dat het huwelijk een schijnhuwelijk is, gesloten met als enig doel het verkrijgen van verblijfsrecht volgens Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht een onderzoek heeft ingesteld, waarbij eiser en zijn echtgenote gescheiden zijn gehoord. De verklaringen van beiden vertoonden tegenstrijdigheden over hun relatie, persoonlijke omstandigheden en dagelijkse gang van zaken, wat de conclusie van een schijnhuwelijk rechtvaardigt. Het ontbreken van een gemeenschappelijke taal en het langdurig illegaal verblijf van eiser versterkten de twijfel.
De rechtbank stelt dat het weigeren van het document een noodzakelijke en proportionele maatregel is om misbruik van het verblijfsrecht tegen te gaan. Het feit dat verweerder vooraf geen bedenkingen had geuit tegen het voorgenomen huwelijk, verhindert niet dat hij achteraf twijfels kan hebben en het document kan weigeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van het verblijfsdocument wegens vermoeden van een schijnhuwelijk.