ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8572
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart dat erfgenaam geen rechten kan ontlenen aan testament wegens onaanvaardbare beïnvloeding
De zaak betreft een geschil over de geldigheid en uitvoering van het testament van de heer A, die op 23 mei 2008 een testament wijzigde waarbij gedaagde tot enig erfgenaam werd benoemd. Eiseressen, de dochters van de heer A, stelden dat de heer A ten tijde van de testamentwijziging geestelijk niet in staat was zijn wil te bepalen en dat gedaagde misbruik heeft gemaakt van zijn situatie door hem te isoleren van zijn sociale omgeving en de familiebanden negatief te beïnvloeden.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende vaststaat dat de heer A ten tijde van het testament leed aan een geestelijke stoornis die zijn wilsbekwaamheid aantastte. Ook werd het beroep op vernietiging wegens misbruik van omstandigheden en het toepassingsgebied van artikel 4:59 BW Pro verworpen, omdat gedaagde niet als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg kon worden aangemerkt.
Wel stelde de rechtbank vast dat gedaagde een grote rol speelde in het privéleven van de heer A en dat zij de relatie tussen hem en zijn dochters op negatieve wijze heeft beïnvloed en hem heeft afgeschermd van zijn sociale omgeving. Dit leidde tot de conclusie dat het onaanvaardbaar is dat gedaagde rechten kan ontlenen aan het testament van 23 mei 2008. De rechtbank verklaarde voor recht dat gedaagde geen rechten aan het testament kan ontlenen en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde kan geen rechten ontlenen aan het testament van 23 mei 2008 en wordt veroordeeld in de proceskosten.