ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9096
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens strijdige motivering en termijnoverschrijding
Eiser, een Afghaanse staatsburger, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die door verweerder werd ingetrokken op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, wegens vermoedelijke betrokkenheid bij ernstige misdrijven binnen de KhAD en WAD. Verweerder baseerde zich op ambtsberichten en concludeerde dat eiser persoonlijk en bewust had deelgenomen aan deze misdrijven.
Eiser betwistte deze toepassing en verwees naar rapporten van UNHCR en deskundigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende bewijs had geleverd en dat het vertrouwensbeginsel niet aan eiser toekomt, aangezien geen expliciete toezegging was gedaan. Wel ontbrak het aan een deugdelijke motivering over de duurzaamheid van het verbod op uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure onredelijk lang had geduurd, met een overschrijding van de redelijke termijn van vier jaar en vijf maanden, wat verweerder werd toegerekend. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van een schadevergoeding van €4.500 aan eiser wegens deze termijnoverschrijding en vernietigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €4.500 aan eiser.