ECLI:NL:RVS:2009:BI8748
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Toetsing disproportionaliteit onthouden verblijfsvergunning bij ongewenstverklaring vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring van een vreemdeling vernietigde.
De staatssecretaris had de vreemdeling ongewenst verklaard vanwege zijn rol als leider van een organisatie die verantwoordelijk wordt gehouden voor terroristische activiteiten, en weigerde hem een verblijfsvergunning te verlenen. De vreemdeling voerde onder meer aan dat inmenging in zijn gezinsleven disproportioneel was en dat hij duurzaam niet uitgezet kon worden.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd was, mede omdat de vreemdeling geen aannemelijke belemmering had getoond om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten. Ook was het niet disproportioneel het verblijf te weigeren, omdat de vreemdeling geen inspanningen had verricht om aan zijn vertrekplicht te voldoen en geen duurzaam verbod op uitzetting kon aantonen.
Verder verklaarde de Raad van State het beroep tegen de ambtshalve weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk en het overige beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt dat het onthouden van een verblijfsvergunning aan de vreemdeling niet disproportioneel is.