ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9598
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting naar Oezbekistan
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, was sinds 2 maart 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel. Tijdens de zitting op 21 december 2011 werd overwogen dat er geen redelijk vooruitzicht bestaat op verwijdering naar Oezbekistan.
Eiser onderbouwde dit met een brief van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) waarin werd vermeld dat tussen 1 januari 2008 en 16 juni 2011 circa 20 aanvragen voor een laissez-passer bij de Oezbeekse diplomatieke vertegenwoordiging waren ingediend, waarvan slechts één toezegging werd ontvangen. Verweerder kon deze ernstige twijfel niet weerleggen met recent cijfermateriaal of andere informatie.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring vanaf 9 december 2011 onrechtmatig is en beveelt de onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontneming. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding van €960 toegewezen en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €874. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens het ontbreken van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Oezbekistan.