ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Verbeek
- C.T. Aalbers
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand aan minderjarigen wegens dringende redenen
Eisers, minderjarigen, hadden een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) voor kosten van levensonderhoud. Verweerder wees deze aanvraag af omdat minderjarigen onder de 18 jaar volgens de hoofdregel geen recht op bijstand hebben, tenzij er zeer dringende redenen zijn. Eisers maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld.
De rechtbank stelde vast dat verweerder inmiddels erkende dat zeer dringende redenen, zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Wwb en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), een uitzondering vormen op de hoofdregel. Verweerder liet ook het standpunt varen dat de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden de kosten moest dragen, omdat deze niet onderhoudsplichtig is.
Gezien het verblijf van eisers bij Humanitas DMH en de resterende kosten van levensonderhoud die voor rekening van eisers blijven, concludeerde de rechtbank dat dringende redenen aanwezig zijn die het verlenen van bijzondere bijstand noodzakelijk maken. Het bestreden besluit berustte daarmee op een onjuiste grondslag en werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en eisers werden in het gelijk gesteld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand aan minderjarigen wordt vernietigd.