ECLI:NL:RBSGR:2011:BV2872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tj. Gerbranda
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse zelfstandige, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat zijn bedrijf een wezenlijk Nederlands belang diende. Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, werd opnieuw een negatief advies ingewonnen bij de minister van Economische Zaken. Dit advies concludeerde dat de onderneming van eiser op de lange termijn niet levensvatbaar is, vanwege het ontbreken van concrete garanties voor toekomstige opdrachten en onvoldoende onderbouwing van prognoses.
Eiser stelde dat het advies ondeugdelijk was en dat verweerder een nieuw advies had moeten vragen na overleggen van aanvullende stukken. Ook voerde hij aan dat de minister in vergelijkbare zaken een andere toetsingsmaatstaf hanteerde en dat het vereiste van een machtiging tot voorlopig verblijf niet tegen hem mocht worden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht een negatief advies had uitgebracht, dat voldoende was onderbouwd. Het was niet aangetoond dat het bedrijf van eiser een positieve bijdrage leverde aan de Nederlandse economie of in een behoefte voorzag na 2009. De overgelegde stukken tijdens de beroepsprocedure boden onvoldoende grond om het advies te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat het bedrijf geen wezenlijk Nederlands belang dient.