ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0333
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging vreemdelingenbewaring in afwachting van laissez-passer
Eiser is op 21 juni 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en tegen het verlengingsbesluit van 20 december 2011 heeft hij beroep ingesteld. Hij voerde aan dat hij meewerkte aan zijn uitzetting en dat het ontbreken van een laissez-passer, afgegeven door de Ghanese ambassade, geen reden was voor verlenging van de bewaring. Tevens stelde hij dat het verlengingsbesluit onvoldoende gemotiveerd was en dat hij schadevergoeding toekomen moest.
De rechtbank overwoog dat een laissez-passer, ook indien afgegeven door een diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland, als een document uit een derde land moet worden beschouwd volgens artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn. De verlenging van de bewaring is daarmee gerechtvaardigd zolang de verwijdering niet binnen een redelijke termijn kan plaatsvinden.
Verder verwierp de rechtbank de stelling dat er geen zicht op uitzetting is en dat een lichter middel van toezicht toegepast had moeten worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.