ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel en zicht op uitzetting naar Pakistan
Eiser is op 24 juli 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortduring van deze maatregel en vordert opheffing en schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld en nadere inlichtingen opgevraagd.
De rechtbank constateert dat in 2011 ongeveer 45 aanvragen voor een laissez passer bij de Pakistaanse autoriteiten zijn ingediend, waarvan 5 zijn verstrekt tot juli 2011. Dit betekent dat zicht op uitzetting naar Pakistan niet ontbreekt, ook al zijn sinds juli geen laissez passer meer verstrekt. Eiser moet zijn identiteit en nationaliteit met documenten aantonen om een laissez passer te kunnen verkrijgen.
Uit verslagen van presentaties en vertrekgesprekken blijkt dat eiser onvoldoende medewerking verleent bij het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit. De rechtbank oordeelt dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd is en niet in strijd met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.