ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2654
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring van Turkse gezinslid na langdurig verblijf buiten Nederland en strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een Turkse man die vanaf zijn geboorte tot zijn vijftiende in Nederland woonde als gezinslid van een Turkse werknemer, werd ongewenst verklaard omdat hij Nederland gedurende langere tijd zonder gegronde redenen had verlaten en strafrechtelijk was veroordeeld. Hij verbleef ruim zeveneneenhalf jaar in Turkije en keerde daarna terug, maar zijn verblijfsprocedures leidden niet tot rechtmatig verblijf.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechten meer kon ontlenen aan artikel 7 van Pro Besluit 1/80, omdat hij Nederland langer dan zes maanden zonder geldige reden had verlaten, en dat de ongewenstverklaring terecht op nationaal recht was gebaseerd zonder toetsing aan het gemeenschapsrechtelijke openbare ordecriterium. Eiser voerde aan dat hij als minderjarige geen keuze had en dat zijn langdurige verblijf en integratie in Nederland een ander oordeel rechtvaardigden, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging, mede gelet op de strafrechtelijke veroordeling van eiser en zijn langdurige illegale verblijf, rechtvaardigde dat de openbare orde zwaarder woog dan zijn individuele belangen, waaronder het recht op privéleven en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de beslissing tot ongewenstverklaring bevestigd.