ECLI:NL:RBSGR:2012:BV5616
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeschil over kwalificatie distributie- of agentuurovereenkomst en verwijzing naar kantonrechter
In deze civiele procedure staat centraal of de relatie tussen Genencor en Eurosyn met betrekking tot klant [A] sinds 2000 is gewijzigd van een distributieovereenkomst in een agentuurovereenkomst. Genencor vordert betaling van onbetaalde facturen, terwijl Eurosyn een tegenvordering instelt wegens vermeende schending van exclusiviteitsrechten en stelt dat een agentuurovereenkomst is ontstaan.
De rechtbank onderzoekt ambtshalve haar internationale bevoegdheid en bevestigt deze op grond van de EEX-Verordening. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het incidentele verzoek van Eurosyn tot verwijzing van de zaak naar de kantonrechter in Delft, omdat agentuurovereenkomsten volgens artikel 93 Rv Pro aan de kantonrechter toekomen.
De rechtbank overweegt dat de procesrechtelijke vraag naar verwijzing naar Nederlands recht moet worden beoordeeld en dat de hoofdzaak ook onder Nederlands recht valt vanwege de rechtskeuze in de overeenkomst. De rechtbank stelt vast dat ondanks wijzigingen sinds 2000, de overeenkomst met betrekking tot klant [A] naar haar aard een distributieovereenkomst blijft. Het enkele feit dat Genencor invloed heeft op verkoopprijzen is onvoldoende om de aard te wijzigen in een agentuurovereenkomst.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verwijzing naar de kantonrechter af en houdt de zaak aan voor verdere behandeling in de sector civiel. Tevens wordt een comparitie van partijen bevolen om nadere feitelijke en juridische informatie te verkrijgen en het verdere procesverloop te bepalen.
Uitkomst: Het verzoek tot verwijzing naar de kantonrechter wordt afgewezen en de zaak blijft bij de sector civiel.