ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Iraanse christen wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, een Iraanse christen, diende op 30 december 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De Immigratie- en Naturalisatiedienst wees deze aanvraag af op 9 januari 2012, met als reden dat verzoeker onvoldoende geloofwaardig had gemaakt dat hij in Iran vanwege zijn geloof vervolging zou ondervinden. Verweerder stelde dat het enkele feit dat verzoeker christen is onvoldoende was om vluchtelingenstatus te verlenen, mede omdat het christendom erkend is als officiële minderheidsgodsdienst in Iran.
Verzoeker voerde in beroep aan dat hij huiskerken bezocht, gedoopt was en dat hij vanwege veiligheidsoverwegingen niet alle details kon verstrekken. Hij verwees naar het beleid dat Iraanse christenen als een groep met bijzondere aandacht worden beschouwd, waarbij minder strenge eisen aan de aannemelijkheid van het individuele verhaal worden gesteld. De rechtbank constateerde dat verweerder dit beleid niet had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van verzoeker niet geloofwaardig zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht de eis van positieve overtuigingskracht had gesteld zonder rekening te houden met het beleid dat geringe indicaties voldoende kunnen zijn voor geloofwaardigheid. Ook waren de motieven om verklaringen als vaag en tegenstrijdig te bestempelen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen twaalf weken opnieuw moet beslissen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 874,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening, maar tegen de bodemuitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.