ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6155

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/925120-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 67b Sv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot gevangenhouding na intrekking dagvaarding en vordering ex art. 67b Sv

Tegen verdachte is op 6 februari 2012 een bevel tot bewaring verleend wegens bedreiging en witwassen, met een derde feit van wapenbezit toegevoegd aan de dagvaarding die op 6 februari 2012 is betekend. De officier van justitie diende op 13 februari 2012 een vordering ex art. 67b Sv in voor het derde feit, maar trok de dagvaarding op 14 februari 2012 in.

De raadsman van verdachte voerde aan dat na betekening van de dagvaarding geen nieuwe feiten meer in de omschrijving mogen worden opgenomen, waardoor de vordering niet toewijsbaar zou zijn. De rechtbank overweegt echter dat door de intrekking van de dagvaarding de bevoegdheid van de officier van justitie om een vordering ex art. 67b Sv te doen herleeft, zeker omdat het feit reeds op de ingetrokken dagvaarding stond.

De rechtbank acht de belangen van verdachte niet geschaad en constateert dat de verdenking en ernstige bezwaren tegen verdachte met betrekking tot het nieuwe feit nog steeds bestaan. Daarom wijst de rechtbank de vordering toe en beveelt de gevangenhouding voor negentig dagen, te ondergaan in het huis van bewaring te 's-Gravenhage of elders in Nederland.

Uitkomst: De rechtbank beveelt gevangenhouding van verdachte voor negentig dagen na herleving van de bevoegdheid ex art. 67b Sv.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector strafrecht
parketnr.: 09/925120-12
Bevel tot gevangenhouding na vordering ex art. 67b Sv.
Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, raadkamer, op de vorderingen van de officier van justitie bij deze rechtbank van 13 februari 2012 en 15 februari 2012, strekkende tot gevangenhouding (zulks met uitbreiding van de ten laste gelegde feiten) van:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992
thans verblijvende in PI Alphen aan den Rijn of elders in Nederland.
Tegen verdachte is op 6 februari 2012 een bevel tot bewaring verleend ter zake van twee feiten, kort gezegd bedreiging en witwassen.
Op 6 februari 2012 is de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van 7 mei 2012 aan verdachte in persoon betekend. Op deze dagvaarding is, behalve de twee hiervoor genoemde feiten als vermeld in het bevel tot bewaring, tevens een derde feit opgenomen waarin verdachte het voorhanden hebben van een semiautomatisch pistool en munitie verweten wordt.
Op 13 februari 2012 heeft de officier van justitie een vordering ex art. 67b van het Wetboek van Strafvordering ingediend, met als enig feit het hiervoor vermelde feit 3 op de dagvaarding.
Op 14 februari 2012 heeft de officier van justitie de eerder aan verdachte betekende dagvaarding ingetrokken.
De officier van justitie is gehoord.
De verdachte en zijn raadsman, mr. J.Y. Taekema, zijn gehoord.
De raadsman heeft verweer gevoerd tegen de vordering en daarbij onder meer aangevoerd dat de tekst van artikel 67b, derde lid, Sv, te weten "na betekening van de dagvaarding in eerste aanleg worden geen andere feiten in de omschrijving opgenomen", aan toewijzing van de onderhavige vordering in de weg staat. Nu de dagvaarding eenmaal is betekend, wordt de vordering immers "na betekening van de dagvaarding" gedaan. Dat die dagvaarding inmiddels weer is ingetrokken maakt dit niet anders, aldus de raadsman.
De rechtbank overweegt als volgt.
Blijkens de memorie van toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 23 178, nr. 3, p. 10) is de bepaling van art. 67b Sv ingevoerd om de officier van justitie onder meer de bevoegdheid toe te kennen tijdens de tenuitvoerlegging van een bevel tot voorlopige hechtenis aan de gevallen waarvoor dit bevel is gegeven nieuwe gevallen toe te voegen. Een dergelijke mogelijkheid is, aldus de minister van justitie, niet alleen doelmatig maar ook in het belang van de verdachte, nu wordt voorkomen dat er meerdere bevelen tot voorlopige hechtenis naast elkaar bestaan. Het bevordert bovendien het gelijktijdig of gevoegd behandelen door dezelfde rechter van de feiten waarvoor de verdachte wordt vervolgd. Het ligt dan ook voor de hand, aldus opnieuw de minister, de mogelijkheid tot een nadere vordering voorlopige hechtenis te beperken tot de periode voorafgaand aan het tijdstip van betekening van de inleidende dagvaarding.
De ratio van het voorschrift dat na betekening van de dagvaarding een 67b-vordering verbiedt, is derhalve dat de wetgever heeft willen voorkomen dat een verdachte voor een feit in voorlopige hechtenis wordt gesteld waarvoor hij vervolgens niet, althans niet tegelijk met de overige feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, berecht wordt. In dit licht beschouwd brengt naar het oordeel van de rechtbank redelijke wetstoepassing met zich dat met het intrekken van een reeds betekende dagvaarding het recht van de officier van justitie om alsnog een vordering op de voet van art. 67b Sv te doen herleeft. Dit geldt temeer wanneer op die dagvaarding het feit in kwestie reeds was vermeld, zoals hier het geval is. Voorts valt niet in te zien in welk rechtens te beschermen belang verdachte door deze gang van zaken is getroffen.
Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, genoemd in de vordering inbewaringstelling, welke als hier ingelast wordt beschouwd, en de bezwaren en gronden, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan en dat voorts ernstige bezwaren tegen verdachte bestaan met betrekking tot het nadere feit, vermeld op voornoemde vordering d.d. 13 februari 2012.
Het bestaan van deze gronden blijkt uit de in dat bevel vermelde gedragingen, feiten en omstandigheden.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 67b en 78 van het Wetboek van Strafvordering en 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie in aanmerking.
Beslissing:
- De rechtbank wijst de vorderingen toe.
- De rechtbank beveelt de gevangenhouding van verdachte voor een termijn van negentig dagen en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te 's-Gravenhage, of elders in Nederland.
Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage op 15 februari 2012, door mrs E. Rabbie, voorzitter, V.F. Milders en S.M. Krans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Boon, griffier.