ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadeplichtigheid van de Staat wegens niet tijdige implementatie Europese richtlijn vakantie bij arbeidsongeschiktheid
Eiseres was sinds december 2007 arbeidsongeschikt en werkte bij een derde partij. Haar arbeidsovereenkomst eindigde per 28 december 2009. Volgens het toen geldende artikel 7:635 lid 4 BW Pro kreeg zij alleen vergoeding voor vakantie-uren opgebouwd in de laatste zes maanden van haar dienstverband. Eiseres stelde dat de Nederlandse wetgeving niet conform de Europese richtlijn was aangepast na het Bectu-arrest, waardoor zij recht had op vergoeding van meer vakantie-uren.
De Staat voerde aan dat de schending van het Europese recht niet ernstig genoeg was en dat er geen causaal verband bestond tussen de schending en de schade. De rechtbank oordeelde echter dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig het artikel aan te passen en dat de schending voldoende gekwalificeerd was. Tevens was er voldoende causaal verband tussen de onrechtmatige handelwijze en de schade van eiseres.
De rechtbank verwierp het verweer van de Staat dat eiseres haar werkgever had moeten aanspreken en dat zij schadebeperkend had moeten handelen. Ook het subsidiële verweer tot matiging van de vordering werd afgewezen. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €1.213,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 december 2009, evenals de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.213,- plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet tijdige implementatie van de Europese richtlijn.