ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4648
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonsanctie, vakantiedagen en tantième bij arbeidsongeschiktheid en re-integratie
Werknemer was sinds 1998 in dienst en vanaf april 2004 arbeidsongeschikt, waarna hij via re-integratie bij een derde (Compas) werkte zonder dat werkgever de vereiste toestemming van het UWV had gevraagd. De kantonrechter had een loonsanctie opgelegd vanwege het niet verrichten van arbeid, maar het hof oordeelt dat deze loonsanctie onterecht is omdat de wettelijke toestemming ontbrak.
Daarnaast ging het geschil over de uitbetaling van vakantiedagen opgebouwd tijdens ziekte, waarbij het hof oordeelt dat de nationale wetgeving niet volledig in lijn is met de Europese richtlijn die werknemers recht geeft op vier weken vakantie ongeacht gezondheid. De nationale rechter is echter niet gehouden om de wetgeving contra legem uit te leggen, waardoor de vordering van werknemer voor extra vakantiedagen wordt afgewezen.
Verder heeft het hof geoordeeld dat werknemer recht heeft op het volledige variabele en vaste tantième zonder korting vanwege de onterecht opgelegde loonsanctie. Ook wordt werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en een vertragingsvergoeding van 10% wegens het onrechtmatig niet tijdig betalen van deze bedragen.
Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover vorderingen van werknemer zijn afgewezen en veroordeelt werkgever tot betaling van de gevorderde bedragen, rente, vertragingsvergoeding en kosten van beide instanties, met uitzondering van het meer of anders gevorderde dat wordt afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiedagen, variabel en vast tantième met rente en vertragingsvergoeding.