ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring EU-onderdaan
Verzoeker, een EU-onderdaan met de Poolse nationaliteit, werd geconfronteerd met een besluit van de minister om zijn verblijfsrecht te beëindigen en hem ongewenst te verklaren vanwege meerdere strafrechtelijke veroordelingen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel degelijk een spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening, ondanks het feit dat hij vrijwillig naar zijn land van herkomst was teruggekeerd, omdat het recht op vrij verkeer en werk zoeken een fundamenteel recht is. De rechter beoordeelde vervolgens of het bezwaar een redelijke kans van slagen had en concludeerde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De strafrechtelijke veroordelingen van verzoeker, voornamelijk winkeldiefstal, vormden geen actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het beleid en de jurisprudentie vereisen dat maatregelen gebaseerd op openbare orde strikt worden toegepast en uitsluitend op het gedrag van de betrokkene mogen steunen. Verweerder had bij zijn beoordeling ook maatschappelijke overwegingen betrokken die niet toelaatbaar zijn. Daarom werd de werking van het besluit tot verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring opgeschort tot vier weken na beslissing op het bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het verzoek om opheffing van signaleringen en toelating tot Nederland werd afgewezen of als niet-ontvankelijk beschouwd, omdat dit via andere procedures moet worden behandeld. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de werking van het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring tot vier weken na beslissing op het bezwaar.