ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring Iraakse vreemdeling wegens ontbreken redelijk uitzicht op uitzetting
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verbleef in bewaring sinds september 2011. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel, stellende dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting naar Irak binnen redelijke termijn was. De rechtbank overwoog dat hoewel de Minister intensief overleg voert met Iraakse autoriteiten en diplomatieke inspanningen verricht, verweerder geen concrete of gedetailleerde informatie kon geven over de voortgang of termijn van uitzetting.
Uit de stukken bleek dat eiser niet vrijwillig meewerkt aan het verkrijgen van documenten voor vertrek, maar dit leidt niet tot het oordeel dat uitzetting onmogelijk is. De rechtbank stelde dat het ontbreken van concrete aanknopingspunten en het niet kunnen geven van een termijn door verweerder betekent dat het zicht op uitzetting is komen te ontbreken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en beval de opheffing van de bewaring met ingang van 14 maart 2012. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring tot dat moment niet onrechtmatig was. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Bewaring van de Iraakse vreemdeling wordt opgeheven wegens ontbreken van concreet zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.