ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1776
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortduren vreemdelingenbewaring ondanks onzekerheid over uitzetting naar Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 7 december 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder waren beroepen tegen deze bewaring ongegrond verklaard. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting naar Irak vanwege het feit dat gedwongen uitzettingen sinds november 2011 niet plaatsvinden en verweerder geen concrete aanwijzingen heeft gegeven dat dit spoedig zal veranderen.
De rechtbank overweegt dat hoewel gedwongen uitzetting momenteel niet mogelijk is, vreemdelingen nog steeds vrijwillig kunnen terugkeren naar Irak. De Iraakse autoriteiten hebben de nationaliteit van eiser vastgesteld en er zijn voldoende aanwijzingen dat zij medewerking verlenen aan zijn uitzetting, wat verder gaat dan een enkel vermoeden. Van eiser mag worden verwacht dat hij instemt met zijn uitzetting.
Daarom oordeelt de rechtbank dat er nog steeds zicht is op uitzetting en dat het voortduren van de bewaring niet in strijd is met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat geen omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.