ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9422
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering afgifte minderjarige op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag in kort geding
De vrouw, met Iraakse en Iraanse nationaliteit, vordert in kort geding de afgifte van haar minderjarige kind aan haar, op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De man, met Nederlandse nationaliteit, is in februari 2011 alleen met de minderjarige vanuit Iran naar Nederland vertrokken, terwijl de vrouw achterbleef in de Verenigde Arabische Emiraten.
De voorzieningenrechter overweegt dat de exclusieve bevoegdheid voor dergelijke zaken bij de kinderrechter ligt en dat de kort geding procedure zich niet leent voor het noodzakelijke nader feitenonderzoek. Er is geen spoedeisend belang, mede omdat de kinderrechter binnen aanvaardbare termijn beslist en de belangen van het kind gewaarborgd zijn.
Bovendien staan cruciale feiten tussen partijen niet vast, zoals de omvang van de toestemming van de vrouw, de verblijfplaats van de minderjarige voorafgaand aan het vertrek, en de verblijfsstatus van de vrouw. Dit maakt een kort geding ongeschikt voor beoordeling. De vordering wordt daarom afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot afgifte van de minderjarige af wegens ontbreken van spoedeisend belang en verwijst naar de kinderrechter.