ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9587
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Toelating tot tegenbewijs inzake registratie minderjarige in incidentenregister wegens vermeende fraude
Verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter, hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 46 Wbp Pro om ING te veroordelen tot verwijdering van haar persoonsgegevens uit het incidentenregister. ING had hun dochter opgenomen vanwege vermeende betrokkenheid bij phishing-fraude waarbij haar betaalrekening werd gebruikt voor frauduleuze transacties.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers tijdig hun verzoek hebben ingediend conform het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. De betrokkenheid van de minderjarige bij de fraude staat voorlopig vast omdat zij onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij betrokken was en geen aangifte van diefstal of misbruik heeft gedaan.
Toch worden verzoekers toegelaten tot het leveren van tegenbewijs door middel van getuigenverhoren. De rechtbank houdt verdere beslissing aan, waaronder over de proceskosten, en bepaalt de procedure voor het horen van getuigen. De registratie wordt niet als disproportioneel beoordeeld zolang tegenbewijs niet is geleverd.
Uitkomst: Verzoekers worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de registratie van hun dochter in het incidentenregister.