ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0333
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Premieplicht volksverzekeringen voor rijnvarende werkzaam op binnenvaartschip
Eiser, werkzaam als rijnvarende op een binnenvaartschip, betwist de premieplicht voor de volksverzekeringen in Nederland over de periode 28 maart tot en met 31 december 2006. Hij stelt dat het schip werd geëxploiteerd door een Luxemburgse onderneming en beroept zich op een E-106 verklaring en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat het schip in de rijnvaart wordt gebruikt en dat eiser daardoor als rijnvarende in de zin van het Rijnvarendenverdrag moet worden aangemerkt. Uit de financiële gegevens blijkt dat het schip in 2006 voor rekening en risico van een Nederlandse vennootschap onder firma werd geëxploiteerd, waardoor de premieplicht in Nederland geldt.
De rechtbank wijst het beroep op de E-106 verklaring af omdat deze niet relevant is bij toepassing van het Rijnvarendenverdrag. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Eiser is premieplichtig in Nederland voor de volksverzekeringen over de periode 28 maart tot en met 31 december 2006.