ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0349
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep ongegrond tegen verhoging BTW-tarief beeldende kunst zonder overgangsregeling
Eiser, een beeldend kunstenaar en ondernemer voor de omzetbelasting, verkocht in december 2010 een kunstwerk dat op 3 januari 2011 werd geleverd. Per 1 januari 2011 werd het BTW-tarief op beeldende kunst verhoogd van het lage naar het normale tarief van 19%. Eiser betaalde de hogere omzetbelasting en maakte bezwaar tegen deze heffing, stellende dat de snelle invoering zonder overgangsregeling in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank overweegt dat zij de wet in formele zin niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen en dat belastingheffing als regulering van eigendom binnen ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt. Het beroep op het EVRM faalt omdat de wetgever een legitiem algemeen belang nastreeft en de kunstenaar de meer verschuldigde omzetbelasting op zijn afnemer kon verhalen krachtens artikel 52 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968. De individuele last die eiser ervaart komt voort uit zijn eigen keuze om zich niet op dit artikel te beroepen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat verdere behandeling van overige gronden niet nodig is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verhoging van het BTW-tarief op beeldende kunst is ongegrond verklaard.