ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0359
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schriftelijke aanwijzing Bureau Jeugdzorg inzake omgangsregeling minderjarige
De vader verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg, die een omgangsregeling tussen de minderjarige en zijn moeder bepaalt, te laten vervallen en een voorlopige omgangsregeling vast te stellen. De moeder wilde onder meer bekrachtiging van een eigen bezoekschema en wijziging van het ouderlijk gezag.
De rechtbank oordeelde dat Bureau Jeugdzorg binnen de ondertoezichtstelling bevoegd is om schriftelijke aanwijzingen te geven over omgangscontacten, ook al kan zij een rechterlijke omgangsregeling in principe niet zelfstandig wijzigen. Dit is in lijn met het doel van de ondertoezichtstelling om de belangen van de minderjarige te beschermen.
De rechtbank verwierp de bezwaren van de vader tegen de frequentie en dag van de omgangscontacten, omdat de contacten sinds de ondertoezichtstelling goed verlopen en de regeling redelijk is. Het verzoek van de moeder tot wijziging van het gezag werd niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing ongegrond en droeg iedere partij de eigen proceskosten. Het verzoek van de moeder tot bekrachtiging van een eigen regeling werd afgewezen wegens lopende hoger beroepsprocedure.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg ongegrond en bevestigt de omgangsregeling binnen de ondertoezichtstelling.