ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0645
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling homoseksualiteit als asielgrond
Verzoeker, een homoseksuele man uit Guinee, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen. De rechtbank constateert dat verzoeker in eerdere procedures al impliciet zijn homoseksualiteit had aangegeven, maar dat deze grond niet inhoudelijk is beoordeeld. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op basis van ongeloofwaardigheid zonder de risico's die verzoeker loopt vanwege zijn seksuele geaardheid adequaat te toetsen.
Het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en het beleid (WBV 2008/18) tonen aan dat homoseksualiteit in Guinee strafbaar is en sociaal zwaar wordt veroordeeld, wat een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de individuele omstandigheden en het risico op vervolging, waardoor het besluit onrechtmatig is.
Daarnaast is het beroep tegen de ambtshalve geweigerde verblijfsvergunning regulier ongegrond omdat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden, en het inreisverbod is terecht opgelegd vanwege het niet naleven van vertrektermijnen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van homoseksualiteit als asielgrond; beroep tegen inreisverbod en verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.