ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0931
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken positieve overtuigingskracht en ongeloofwaardig relaas
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel, waarbij zij stelden te worden vervolgd vanwege hun Russische etniciteit en Russisch-orthodoxe geloof in Oezbekistan. Verweerder wees de aanvraag af omdat eisers geen documenten konden overleggen en het relaas niet overtuigend en geloofwaardig was.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten aan eisers kan worden toegerekend en dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht moet hebben. Hoewel de rechtbank eisers volgt dat verweerder niet in redelijkheid tegenstrijdigheden mocht aanvoeren over de aanwezigheid bij de aangifte van mishandeling, leidt dit niet tot gegrondverklaring van het beroep omdat andere redenen het relaas ongeloofwaardig maken.
De verklaringen van eisers over discriminatie vanwege hun etniciteit en geloof stroken niet met algemene informatie over de situatie in Oezbekistan, waar wel sprake is van beperkingen van vrijheden maar niet specifiek van achterstelling van Russisch-orthodoxen. Tevens zijn er tegenstrijdigheden in verklaringen over slaapplaatsen tijdens een brand. De rechtbank concludeert dat het relaas van eisers niet overtuigt en wijst het beroep af.
De rechtbank gaat niet in op de vraag of er in Oezbekistan algemene bescherming wordt geboden, omdat het relaas onvoldoende geloofwaardig is. Ook de gezondheidssituatie van de minderjarige zoon leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht.