ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor val van trap in werkruimte bevestigd
Verzoeker was als uitzendkracht werkzaam bij een bedrijf dat batterijen sorteerde. Op 19 juli 2007 is verzoeker tijdens zijn werkzaamheden van een trap gevallen doordat hij uitgleed over een batterij die op een trede lag. De werkgever en diens verzekeraar betwistten aansprakelijkheid en het causale verband met het letsel.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever onvoldoende zorg heeft gedragen om het risico van batterijen op de trap te voorkomen, ondanks waarschuwingen en instructies. De werkgever heeft daarmee haar zorgplicht geschonden en is aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro voor de gevolgen van het ongeval.
Echter kon niet worden vastgesteld dat verzoeker daadwerkelijk schade heeft geleden door het ongeval, noch de aard en omvang daarvan. Verzoeker moet dit in een volgende procedure nader onderbouwen en bewijzen. De rechtbank veroordeelt de werkgever tot betaling van de proceskosten.
Het primaire verzoek tot aansprakelijkheid van de verzekeraar op grond van het rechtstreeks vorderingsrecht wordt afgewezen, omdat dit recht slechts een bevoegdheid betreft en geen aansprakelijkheid impliceert.
De beschikking is uitgesproken door kantonrechter Groeneveld-Stubbe op 21 maart 2012.
Uitkomst: Werkgever aansprakelijk voor val van trap, schade moet nog worden vastgesteld en bewezen.