ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- H. Wien
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van geboorte met Nederlandse vader volgens Ghanees recht
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit vanaf zijn geboorte. Hij is geboren in Ghana tijdens het huwelijk van zijn moeder met een Nederlander. De geboorteakte vermeldt echter een andere Ghanese man als vader. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelde dat verzoeker niet ontvankelijk was omdat hij minderjarig was bij indiening en dat volgens Ghanees recht de op de geboorteakte vermelde vader de juridische vader is.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker ontvankelijk is omdat hij kort na indiening meerderjarig werd en de moeder toestemming gaf. De juridische afstamming moet volgens Ghanees recht worden beoordeeld. Volgens artikel 32 van Pro de Ghaneese Evidence Decree 1975 geldt dat een kind geboren tijdens het huwelijk wordt vermoed van de echtgenoot van de moeder. Dit betekent dat de Nederlandse echtgenoot als juridische vader geldt.
Hieruit volgt dat verzoeker vanaf zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de IND in de proceskosten. Een uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen omdat deze beslissing zich daar niet toe leent.
Uitkomst: Verzoeker bezit vanaf geboorte de Nederlandse nationaliteit omdat zijn moeder gehuwd was met een Nederlandse man die volgens Ghanees recht als juridische vader geldt.