ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3357
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging vreemdelingenbewaring ondanks ontbreken documenten Surinaamse autoriteiten
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, werd op 1 september 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder ingediende beroepen tot opheffing van de bewaring werden door de rechtbank ongegrond verklaard. Verweerder verlengde de bewaringstermijn op 23 februari 2012 met ingang van 2 maart 2012. Eiser stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van de benodigde documenten van de Surinaamse autoriteiten een geldige grond is voor verlenging van de bewaring na zes maanden. De wettelijke bepalingen bieden geen vereiste dat er concrete aanwijzingen moeten zijn dat het land van herkomst binnen korte tijd documenten zal afgeven. Dit oordeel wijkt af van een eerdere uitspraak van de nevenzittingsplaats Amsterdam.
Verder rust op eiser de verplichting om mee te werken aan zijn uitzetting, waaronder het overleggen van documenten die het onderzoek naar zijn nationaliteit en identiteit kunnen versnellen. Aangezien eiser geen inspanningen heeft verricht om zijn uitzetting te bespoedigen, is de verlenging van de bewaring gerechtvaardigd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen verlenging van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.