ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8622
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening inzake schorsende werking interim measure bij overdracht asielzoeker aan Italië
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De kern van het geschil betrof de vraag of een interim measure van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) schorsende werking heeft op de overdrachtstermijn aan Italië.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 20 van Pro de Dublinverordening en de nationale wetgeving, mede door de doorwerking van artikel 34 EVRM Pro, een interim measure van het EHRM wel degelijk schorsende werking heeft. Dit betekent dat de termijn voor overdracht aan Italië nog niet is verstreken en Italië daarom verantwoordelijk blijft voor de inhoudelijke behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker voerde aan dat de interim measure geen schorsende werking heeft, maar dit werd verworpen. Ook werd vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarbij de inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek buiten beschouwing bleef.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen vanwege de schorsende werking van de interim measure.