ECLI:NL:RVS:2011:BU5031
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over asielaanvraag wegens onvoldoende motivering in Dublin-Italië-zaak
De vreemdeling diende op 27 augustus 2009 een asielaanvraag in Nederland in, nadat zij eerder in Italië een asielaanvraag had gedaan. De minister wees haar aanvraag af op grond van de Dublin-verordening, waarbij Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de minister ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat de Italiaanse asielprocedure niet voldoet aan het Unierecht en overdracht aan Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de overdracht aan Italië geen reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de minister en verklaarde het hoger beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.