ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9765
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor onrechtmatige vrijheidsbeperking minderjarige in psychiatrische inrichting
De minderjarige verbleef vrijwillig in een psychiatrische inrichting, waar vanaf 15 juli 2011 vrijheidsbeperkende maatregelen werden toegepast. De officier van justitie verzocht op 15 juli 2011 een voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf, welke op 18 augustus 2011 door de rechtbank werd verleend. Deze beschikking werd echter door de Hoge Raad vernietigd omdat de medische verklaring niet van een psychiater maar van een arts gehandicaptenzorg afkomstig was.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsbeperkende maatregelen vanaf 18 augustus 2011 onrechtmatig waren en dat de minderjarige daardoor nadeel heeft geleden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €50 per dag voor 174 dagen, wat neerkomt op €8.700. Daarnaast worden de gemaakte kosten voor cassatie van €294 en advocaatkosten van €904 toegekend, terwijl griffierechten niet worden vergoed.
De rechtbank wijst het verzoek af voor schade geleden vóór 18 augustus 2011, omdat de maatregelen toen door de instelling zelf waren genomen en niet aan de officier van justitie kunnen worden toegerekend. De Staat wordt veroordeeld tot betaling van de totale schadevergoeding en proceskosten, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €8.994 schadevergoeding en €904 proceskosten aan de minderjarige wegens onrechtmatige vrijheidsbeperking.