ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9892
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Allewijn
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over boete en verzoek om stukken onder WAHV en Awb
Eiseres kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) wegens een verkeersovertreding. Zij stelde administratief beroep in bij de Officier van Justitie en verzocht om inzage in het proces-verbaal en andere stukken. Verweerder stelde dat het verzoek niet onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) viel en dat er geen dwangsom was verbeurd wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om stukken niet als een Wob-verzoek kon worden aangemerkt, maar als een verzoek op grond van artikel 7:18, vierde lid, Awb. Het bezwaar van eiseres tegen het besluit dat geen dwangsom was verbeurd, werd ongegrond verklaard. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder naliet te motiveren waarom de kosten van bezwaar niet werden vergoed, maar dit leidde niet tot gegrondverklaring van het beroep omdat eiseres daardoor niet werd benadeeld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het ontbreken van een hoorzitting, die eiseres uitdrukkelijk had verzocht. De rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en de reeds toegekende coulancevergoeding van €437 aan eiseres. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.