ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1324
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek beschikking WOZ op grond van ontbreken hoedanigheid en belanghebberschap
De zaak betreft een verzoek van een zoon om een beschikking ex artikel 26 van Pro de Wet WOZ voor een woning die onderdeel is van de nalatenschap na het overlijden van zijn moeder. De moeder en vader waren gehuwd in gemeenschap van goederen, waardoor de vader alle goederen, inclusief de woning, van de nalatenschap heeft verkregen.
De rechtbank oordeelt dat de zoon niet kan worden aangemerkt als degene die de hoedanigheid heeft verkregen zoals bedoeld in artikel 24, derde lid, onder a, van de Wet WOZ, omdat hij niet het genot van de onroerende zaak heeft verkregen krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Daarnaast was de zoon aan het begin van het kalenderjaar geen mede-eigenaar en dus geen mede-belanghebbende, waardoor ook een beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ niet aan hem kan worden afgegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De vraag of de zoon een fiscaal belang heeft bij een nieuwe vaststelling van de WOZ-waarde wordt niet beantwoord omdat dit niet relevant is voor het toekennen van de beschikking.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C.H.M. Lips op 28 juni 2012 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij niet de hoedanigheid heeft verkregen om een WOZ-beschikking te ontvangen.