ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1682
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning en vergoeding van niet-genoten wettelijke vakantie bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiseres was sinds 1995 werkzaam als schoonmaakster en werd in 2007 arbeidsongeschikt. Haar arbeidsovereenkomst eindigde in 2010. Zij vordert van de Staat vergoeding van niet-uitbetaalde wettelijke vakantie-uren over haar ziekteperiode, omdat de Nederlandse wetgeving (artikel 7:635 lid 4 BW Pro) niet in lijn was met de EU-richtlijn 2003/88/EG.
De rechtbank oordeelt dat de Staat de richtlijn onjuist heeft uitgelegd en niet tijdig heeft aangepast, ondanks duidelijke jurisprudentie van het Hof van Justitie (Schultz-Hoff en Bectu arresten) die het recht op vakantie met behoud van loon ook voor langdurig zieke werknemers bevestigen. De Staat heeft daarmee zijn beoordelingsvrijheid kennelijk en ernstig miskend.
De rechtbank wijst het verweer van de Staat af dat er geen causaal verband is en dat de werknemer geen nadeel heeft geleden. Ook het beroep op rechtszekerheid en rechtsgelijkheid faalt omdat eiseres onvoldoende kon anticiperen op de latere wetswijziging. De vordering wordt toegewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.954,80, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.954,80 aan eiseres voor niet-genoten wettelijke vakantie-uren.