ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat arbitrageclausule in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is en verklaart zich bevoegd
In deze zaak stond een bevoegdheidsincident centraal betreffende een arbitrageclausule in de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen (AVA 1992) die partijen verplicht tot arbitrage bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De kantonrechter had de zaak reeds verwezen naar de sector civiel recht van de rechtbank vanwege de aard van het geschil en de hoogte van de vordering.
De gedaagde stelde dat de rechtbank zich onbevoegd moest verklaren omdat het arbitragebeding van toepassing was. Eisers voerden gemotiveerd verweer en stelden dat het arbitragebeding op grond van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten onredelijk bezwarend was, omdat het hen de mogelijkheid ontneemt om voor de gewone rechter te kiezen.
De rechtbank overwoog dat het arbitragebeding inderdaad de consument de keuze voor overheidsrechtspraak ontneemt en daarmee in strijd is met de goede trouw en het evenwicht in de overeenkomst aanzienlijk verstoort. Dit leidde tot de conclusie dat het arbitragebeding onredelijk bezwarend is en buitengerechtelijk vernietigd kan worden. De rechtbank verklaarde zich derhalve bevoegd en wees de vordering van gedaagde tot onbevoegdverklaring af.
De proceskosten in de incidenten werden gecompenseerd omdat partijen over en weer in het ongelijk waren gesteld. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op het arbitragebeding af omdat dit onredelijk bezwarend is voor de consument.