ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2027
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Pandrecht op aanspraken ledenlening en participatiereserve niet tegen curator in te roepen
Sub Rosa B.V. werd op 1 april 2008 failliet verklaard en de curator stelde dat de bank het pandrecht op de aanspraken van Sub Rosa op ledenlening en participatiereserve bij Flora Holland niet tegenover de boedel kon inroepen. De bank had deze aanspraken verpand gekregen en maakte aanspraak op betaling uit hoofde van dit pandrecht.
De rechtbank onderzocht of deze aanspraken ten tijde van het faillissement reeds bestaande vorderingen waren of toekomstige vorderingen in de zin van artikel 35 lid 2 Faillissementswet Pro. Uit de statuten van de coöperaties CBA en CBF bleek dat aflossing en betaalbaarstelling afhankelijk waren van besluiten van het bestuur of de algemene ledenvergadering, dan wel van het einde van het lidmaatschap, en dus niet direct opeisbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat deze aanspraken toekomstige vorderingen zijn, omdat zij afhankelijk zijn van handelingen van de coöperatie of het lid en/of van ingrijpende wijzigingen in de rechtsverhouding zoals ontbinding. Hierdoor kon het pandrecht niet tegen de curator worden ingeroepen.
De vordering van de curator werd toegewezen en de bank werd veroordeeld tot medewerking aan uitbetaling aan de curator en tot betaling van de proceskosten. Een dwangsom werd niet opgelegd wegens onvoldoende grond om te vermoeden dat de bank het vonnis niet zou naleven.
Uitkomst: Het pandrecht van de bank op aanspraken uit ledenlening en participatiereserve is een toekomstige vordering en kan niet tegen de curator worden ingeroepen.