ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2849
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. van den Bergh
- I.A.M. Kroft
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Recht op WW-uitkering bij onjuiste fictieve opzegtermijn door UWV
Eiseres was sinds 1999 in dienst bij een advocatenkantoor en haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 april 2011. UWV stelde dat zij pas vanaf 1 juli 2011 recht had op een WW-uitkering vanwege een fictieve opzegtermijn van vijf maanden, gebaseerd op een vermeende dubbele opzegtermijn voor de werkgever. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de arbeidsovereenkomst ongeldige bepalingen bevatte en dat de wettelijke opzegtermijn van drie maanden voor de werkgever moest gelden.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomst een opzegtermijn van drie maanden voor de werknemer bevatte, maar geen geldige schriftelijke opzegtermijn voor de werkgever, wat in strijd is met artikel 7:672, zesde lid, BW. Omdat deze bepaling de werknemer beschermt, mocht dit niet nadelig voor eiseres uitpakken. UWV had daarom de wettelijke opzegtermijn van drie maanden moeten hanteren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van UWV, verklaarde het beroep gegrond en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 13 juni 2012.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd.