ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2882
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling zonder inreisverbod op grond van Vreemdelingenwet
Eiser is op 9 juni 2011 ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder handhaafde deze ongewenstverklaring bij het besluit op bezwaar van 14 februari 2012. Eiser stelde dat in plaats van een ongewenstverklaring een inreisverbod had moeten worden opgelegd conform artikel 11 van Pro de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank overweegt dat ten tijde van het primaire besluit de Terugkeerrichtlijn nog niet was geïmplementeerd en de Nederlandse wetgeving geen inreisverbod kende. Verweerder was daarom niet bevoegd een inreisverbod op te leggen en kon slechts een ongewenstverklaring uitspreken. Ook na het verstrijken van de implementatietermijn kon eiser geen rechtstreeks beroep doen op artikel 11, tweede lid, van de richtlijn, omdat dit artikel niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is geformuleerd.
Verder stond vast dat eiser bij de implementatie van de richtlijn op 31 december 2011 niet in Nederland verbleef, waardoor de richtlijn niet op hem van toepassing was. Artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000 is eveneens niet van toepassing omdat het inreisverbod alleen kan worden opgelegd aan vreemdelingen die zich op het moment van opleggen in Nederland bevinden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat alle aangevoerde gronden uitgaan van de toepasselijkheid van de richtlijn, die niet geldt in deze situatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard omdat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is en geen inreisverbod kon worden opgelegd.