ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inreisvisum ongewenst verklaarde vreemdeling
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger die ongewenst is verklaard, vroeg een inreisvisum aan om zijn Nederlandse echtgenote te vergezellen op een toeristische reis naar Luxemburg. Nederland trad hierbij op als visumvertegenwoordiger voor Luxemburg. De minister voor Buitenlandse Zaken wees het visum af vanwege een signalering in het Schengengegevensinformatiesysteem (SIS) wegens ongewenstverklaring.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie van verzoeker binnen de werkingssfeer van de Verblijfsrichtlijn valt en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd of verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast, zoals vereist volgens het arrest Commissie tegen Spanje van het Hof van Justitie van de EU.
Desondanks werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de gevraagde voorziening feitelijk gelijkstaat aan toewijzing van het visum, wat niet past bij een voorlopige voorziening. De belangen van verweerder om de toegang van een ongewenst verklaarde vreemdeling tot het Schengengebied te voorkomen, wegen zwaar en verzoeker had onvoldoende onderbouwd dat hij geen bedreiging meer vormt.
Ook het subsidiaire verzoek om een termijn te stellen aan verweerder voor een beslissing op bezwaar werd afgewezen, omdat verweerder ter zitting had toegezegd binnen twee weken te beslissen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor het inreisvisum wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en zwaarwegende belangen van de staat.