ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Dwangsom als vermogen en niet als inkomen bij vaststelling bijstand
Eiser stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift, waarna verweerder een dwangsom van €820,- vaststelde en dit bedrag als inkomen in mindering bracht op de bijstandsuitkering van eiser. Eiser maakte bezwaar tegen deze kwalificatie van de dwangsom als inkomen, stellende dat dit in strijd is met de strekking van de Wet dwangsom en de Wet werk en bijstand (Wwb).
De rechtbank oordeelt dat de dwangsom terecht als een middel in de zin van artikel 31 Wwb Pro wordt aangemerkt, maar niet als inkomen zoals verweerder stelde. De dwangsom voldoet niet aan de definitie van inkomsten in artikel 32 Wwb Pro en kan er ook niet mee gelijk worden gesteld. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en bepaalt dat de dwangsom als vermogen moet worden meegenomen bij de vaststelling van de bijstand.
Omdat de rechtbank niet beschikte over gegevens over het vermogen van eiser ten tijde van het besluit, kon zij niet zelf in de zaak voorzien. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de dwangsom als vermogen en niet als inkomen wordt beschouwd.