ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3667

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
17 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
417811 FA RK 12-3032
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 1 lid 1 Algemene TermijnenwetArt. 3 lid 3 Algemene TermijnenwetArt. 282a lid 2 RvArt. 282a lid 4 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling geboortegegevens niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot vaststelling van geboortegegevens. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht niet tijdig is voldaan, omdat de betaling niet bij de juiste rechtbank is gedaan. Hoewel verzoekers via hun advocaat stelden dat het griffierecht op tijd was betaald, bleek uit de kwitantie dat het bedrag bij een andere rechtbank was gestort.

De rechtbank heeft verzoekers daarop in beginsel niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 282a, tweede lid, Rv. Verzoekers hebben een beroep gedaan op de hardheidsclausule (artikel 282a, vierde lid, Rv), maar dit beroep is niet onderbouwd met redenen waarom niet-ontvankelijkheid zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank gaat daarom niet in op het beroep op de hardheidsclausule en verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek. De beschikking is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting te 's-Gravenhage op 17 juli 2012.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en onvoldoende onderbouwd beroep op de hardheidsclausule.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-3032
Zaaknummer: 417811
Datum beschikking: 17 juli 2012
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 20 april 2012 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats vrouw],
advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,
en
[de man],
wonende te [woonplaats man],
advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoek, strekkende tot vaststelling van geboortegegevens.
De griffie heeft de ontvangst van het verzoekschrift bij schrijven d.d. 23 april 2012 bevestigd.
Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken zijn verzoekers griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift en dienen zij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort. Genoemde termijn eindigde op 18 mei 2012. Omdat deze dag bij besluit van 7 juni 2010, Staatscourant 2010, nr. 9302, is gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag, is deze termijn ingevolge artikel 1 lid 1 Algemene Pro Termijnenwet, in samenhang beoordeeld met artikel 3 lid 3 Algemene Pro Termijnenwet, verlengd tot 21 mei 2012. Verzoekers hebben het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan.
Bij brief van 25 mei 2012 heeft de griffier verzoekers in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na dagtekening van deze brief schriftelijk en gemotiveerd uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim.
Bij bericht van 5 juni 2012 heeft mr. De Gruijl namens verzoekers gesteld dat hij het griffierecht op 21 mei 2012 contant ter griffie heeft betaald. Mr. De Gruijl verwijst daartoe naar een bij het bericht van 5 juni 2012 gevoegde kwitantie.
Beoordeling
De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van verzoekers dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. Uit de overgelegde kwitantie blijkt dat mr. De Gruijl op 21 mei 2012 een bedrag van € 73,- heeft gestort bij de Centrale Kas van de rechtbank te Rotterdam en niet bij deze rechtbank. Derhalve is het verschuldigde griffierecht niet tijdig betaald bij het gerecht waar de behandeling plaatsvindt.
Nu verzoekers het verschuldigde griffierecht niet tijdig hebben voldaan, verklaart de rechter verzoekers gelet op het bepaalde in artikel 282a, tweede lid, Rv in beginsel niet-ontvankelijk in het verzoek.
De rechter kan artikel 282a, tweede lid, Rv geheel of ten dele buiten toepassing laten, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a, vierde lid, Rv; de hardheidsclausule).
Voor zover het bericht van mr. De Gruijl van 5 juni 2012 moet worden gelezen als een beroep op genoemde hardheidsclausule, gaat de rechtbank daaraan voorbij. Mr. De Gruijl heeft immers niet gesteld of onderbouwd waarom in dit specifieke geval niet-ontvankelijkverklaring van verzoekers zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, terwijl dit wel op zijn weg had gelegen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mr. M. Kramer, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2012.