ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in belastingzaken project Bank Zonder Naam niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek tot wraking ingediend tegen twee rechters van de meervoudige kamer die betrokken waren bij de behandeling van beroepschriften in het kader van het project "Bank Zonder Naam". Verzoeker stelde dat de rechters reeds een oordeel hadden gevormd in soortgelijke zaken, waardoor sprake zou zijn van vooringenomenheid of de schijn daarvan.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien verzoeker al op 9 maart 2012 schriftelijk was geïnformeerd over de samenstelling van de kamer en het verzoek pas op 15 mei 2012 werd gedaan. Volgens artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn.
Daarnaast overwoog de wrakingskamer dat het enkele feit dat de rechters in vergelijkbare zaken uitspraken hadden gedaan, niet leidt tot een gegronde vrees voor partijdigheid. De rechtbank verklaarde verzoeker daarom niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening.